Nieuwjaar

Marius van Dokkum – Kerstboom

Het nieuwe jaar is inmiddels al weer een week oud.

Het jaar 2020 wordt een jaar waarin mijn vrouw hoopt te stoppen met werken. Zij is al druk aan het aftellen. Zelf ben ik AOW-er en heb al jaren geen baan meer. Het zal een hele verandering zijn, als we straks allebei hele dagen thuis zijn…

Nu even een korte terugblik op het afgelopen jaar 2019.

We zijn dit jaar 3 keer met vakantie geweest, waarvan 2 keer in eigen land.
In de maand mei gingen we een weekje naar Drenthe, naar een vakantiehuisje in het gehucht Roswinkel in de buurt van Emmen. Wat was het toen koud!
In september zijn we twee weken naar Sankt Andreasberg geweest in de Harz in Duitsland. Oude herinneringen ophalen, omdat we daar jaren geleden ook al eens waren geweest, toen Duitsland nog gedeeld was en het IJzeren Gordijn nog bestond.
Tijdens de Kerstdagen zijn we met ons tweeën een midweek naar Dalfsen in Overijssel geweest. Door het slechte weer geen kerstmarkt kunnen bezoeken, maar wel een lekker Kerstbuffet genoten in een gezellig restaurant.

Tussendoor hebben we ook verschillende uitstapjes gemaakt met collega’s en 65-plussers. Er zijn feestjes geweest, zoals 3 keer een etentje als er weer een collega van Roelie met pensioen ging. Er werden 2 familie-reünies gehouden, ook best leuk.

Maar er zijn ook verdrietige dingen gebeurd. Tot twee keer toe een begrafenis meegemaakt van een schoonzus, allebei aan kanker overleden, 74 en 75 jaar oud. Ook een nicht en een neef (kinderen van oom en tante) zijn het afgelopen jaar overleden. Mijn vrouw en ik zijn van huis uit allebei de jongste in gezinnen, die bestonden uit respectievelijk 4 en 9 kinderen. Logischerwijs krijg je dan vaak te maken met sterfgevallen, als er een oudere broer of zus overlijdt. Zolang je tenminste zelf gezond blijft.

Op muziekgebied zijn er ook verschillende ontwikkelingen geweest. Roelie is nu lid van twee koren, waarin zij haar stem laat horen als sopraan. Verschillende concerten meegemaakt in 2019. Ook heeft ze een keer solo gezongen in de kerk, met mijzelf aan het orgel. Ik fungeer regelmatig als organist in de kerk en dat doe ik al ongeveer 50 jaar.

En zo zijn we het afgelopen jaar weer zonder kleerscheuren doorgekomen.

Elektronische orgels

Ongeveer 60 jaar geleden werden de electronische orgels (toen nog met een c geschreven in plaats van een k) geïntroduceerd door een verre neef van mij, Hans Versteegt. Voor die tijd had je al wel de Hammondorgels, maar dat is van een heel andere categorie.

In het “Gereformeerd Gezinsblad”, de voorloper van het huidige “Nederlands Dagblad”, stond op 29 november 1960 onderstaand artikeltje:

Pierre Palla (bespeler van het AVRO-concertorgel dat destijds regelmatig voor de radio te beluisteren was) demonstreert het eerste elektronisch orgel. De heer Versteegt kijkt toe.

Je zou verwachten, dat veel organisten deze ‘uitvinding’ van de heer Versteegt met enthousiasme zouden begroeten. Immers werd hierdoor het huisorgel voor studerende organisten een betaalbaar produkt. Ook voor kerkgenootschappen zou het een stuk aantrekkelijker worden -in verband met aanschafkosten, onderhoud. e.d.- een elektronisch instrument in de kerken te plaatsen in plaats van een duur pijporgel.

Maar de reacties waren lang niet altijd positief. Voor gebruik in de huiskamer in plaats van het oude harmonium was wel een markt te vinden, maar in de kerken was men heel wat terughoudender. Belangrijke organisten van beroep, zoals Charles de Wolff en de familie Zwart, lieten zich ronduit negatief uit over het elektronisch orgel en wilden het zelfs niet een ‘orgel’ noemen.

(uit het “Gereformeerd Gezinsblad” van 3 december 1960)
(uit het “Gereformeerd Gezinsblad” van 3 december 1960)
uit het “Gereformeerd Gezinsblad” van 3 december 1960)

De heer Versteegt zelf bleef onder alle kritiek op zijn ‘uitvinding’ vrij nuchter: “Voor mijn part noem je het geen orgel”. In ieder geval is hij verder gegaan met de ontwikkeling van het Johannus-orgel, een instrument dat men vandaag de dag ook tegenkomt in sommige kerkgebouwen. De techniek is nu veel verder dan destijds. Alle ‘electronische’ orgels zijn nu digitaal gesampled. Dat wil zeggen, dat men gebruik maakt van de klank van bestaande pijporgels en die digitaal opslaat en weergeeft, kortweg gezegd. Bovendien is het nu mogelijk gebruik te maken van Hauptwerk, waarbij men een elektronisch pakket kan kopen van bijvoorbeeld het orgel in de Saint Sulpice in Parijs, en die klank via een computer op een digitaal orgel weergeeft…

Herinneringen

Dit najaar is het 30 jaar geleden, dat in Berlijn de beruchte Muur viel en er een einde kwam aan de Deutsche Demokratische Republik (D.D.R.). Dientengevolge verdween toen ook het IJzeren Gordijn, de grens tussen oost en west Europa, die dwars door Duitsland liep.

In 1982 was ik tijdens een vakantie in de omgeving van Braunlage en Bad Harzburg, plaatsen die in Duitsland toen in het vrije westen vlakbij het IJzeren Gordijn lagen.

Uitzicht naar het oosten vanaf de Wurmberg bij Braunlage in 1982. In het dal is duidelijk de grens te zien tussen oost en west, gemarkeerd door o.a. een muur met prikkeldraad. Rechts op de achtergrond ligt een dorpje in de D.D.R.
In Eckertal bij Bad Harzburg was in 1982 een uitkijkpost, waar je over de muur heen kon kijken naar het oosten. Ondertussen werd je dan wel vanuit de wachttoren aan de oostzijde in de gaten gehouden… Enkele huizen achter de muur in het dorp Stapelburg waren geblindeerd, zodat de bewoners niet naar het westen konden kijken.

Afgelopen zomer was ik nogmaals in diezelfde streek met vakantie. Het IJzeren Gordijn tussen oost en west was weliswaar al bijna 30 jaar weg, maar de littekens ervan waren nog duidelijk zichtbaar. Op veel plaatsen wordt de herinnering aan de deling van Duitsland nog levend gehouden.

Bij veel grenspassages staan borden, die herinneren aan het IJzeren Gordijn.
Op de grens tussen Eckertal en Stapelburg staat nu dit monument opgesteld. Eckertal lag vroeger in het vrije westen, maar Stapelburg in de Deutsche Demokratische Republik (D.D.R.).
In het dorp Hohegeisz bij Braunlage vindt men dit kleine monument ter nagedachtenis aan Helmut Kleinert, een man uit de D.D.R. die in 1963 naar het westen vluchtte, maar daarbij werd ontdekt door de grenspolitie en dood geschoten.

De deling van de beide Duitslanden heeft volgens mij veel trauma’s veroorzaakt bij de bevolking. Zowel in het oosten als het westen.

De Harz sterft…

Deze zomer waren wij met vakantie in de Harz, een middelgebergte in Duitsland met veel dennenbossen. De Harz strekt zich uit over de deelstaten Niedersachsen, Thüringen en Sachsen-Anhalt.

Wat direct opviel was, dat heel veel van die bossen er slecht uitzien. Duizenden zo niet miljoenen bomen zijn niet groen meer, maar … kaal en wit. Een trieste aanblik.

Overal kale, witte bossen…

Wat voor de Harz geldt, geldt ook voor andere streken in Duitsland. Ook in de deelstaat Bayern (Beieren) en andere deelstaten sterven de bossen. De oorzaak van dit drama is de zogeheten Borkenkäfer (Schorskever), in combinatie met de hittegolven van vorig jaar en dit jaar. De Borkenkäfer nestelt zich vooral bij dennebomen onder de schors en verstoort daardoor de voedseltoevoer, waardoor de bomen afsterven. Met name het warme weer zorgt ervoor, dat deze beestjes zich snel kunnen voortplanten. Via onderstaande link is meer informatie over deze beestjes te lezen:

https://nl.wikipedia.org/wiki/Schorskevers

In Duitsland is dit probleem een heet hangijzer. Sommigen zeggen, dat het een natuurlijk verschijnsel is wat zich vanzelf oplost. Alleen krijgen we dan een heel andere vegetatie.

Anderen dringen er juist op aan, de dode bomen zo snel mogelijk te verwijderen om verdere voortplanting van de Borkenkäfer tegen te gaan. Wanneer de afgestorven bomen omgezaagd worden en verwijderd, verdwijnen de kevers vanzelf.

In beide gevallen zal het zo zijn, dat de eens zo mooie Harz met uitgebreide groene dennenbossen gaat verdwijnen. En wat er dan voor terugkomt ? ?

Klimaatverandering

Je kunt geen krant lezen of het internet op gaan, of je wordt er wel mee geconfronteerd: klimaatverandering. Overal wordt erover geschreven en gesproken door wetenschappers, pseudo-wetenschappers en niet-wetenschappers. Er zijn ook klimaat-ontkenners, die zeggen dat er helemaal niet zo veel verandert.

Nou ben ik zelf geen wetenschapper, maar wel een liefhebber van de natuur om ons heen. Tijdens verschillende vakanties in de Alpenlanden ging ik graag de bergen in en heb ik met eigen ogen kunnen waarnemen hoe onze aardbol langzaam maar zeker steeds warmer wordt. En je hoeft niet zoveel fantasie te hebben om te bedenken dat zoiets grote gevolgen voor het klimaat en de natuur heeft!

Onderstaande foto’s heb ik allemaal zelf gemaakt.

In juli 1991 was ik op de top van de Zugspitze (2960 meter boven NAP), het hoogste punt van Duitsland, precies op de grens met Oostenrijk. Het was prachtig zomerweer. Er lag een flinke hoeveelheid – deels verse – sneeuw, waarop volop werd geskied. De lucht voelde niet eens koud aan, want we konden gewoon op een terras in de zon zitten en lekker bruin worden!

Op de top van de Zugspitze in juli 1991

Vorig jaar (juli 2018) was ik nogmaals op dezelfde top, in dezelfde tijd van het jaar, dus precies 27 jaren na de vorige keer. Toen zag het er zó uit als op de volgende foto. Bijna geen sneeuw meer te bekennen. Ook van de zogenaamde ‘eeuwige sneeuw’ was erg weinig meer over. Er werd dus niet geskied. De temperatuur was fris, er stond veel wind, niet echt terrasjesweer dus.

Op de top van de Zugspitze in juli 2018

Nog een ander voorbeeld.

In juni 1996 reden wij in Oostenrijk op de Groszglockner Hochalpenstrasze en kwamen tenslotte aan op Franz-Josefshöhe (2362 meter boven NAP). Daar keek je vanaf het parkeerterrein op de gletsjer Pasterzen-Kees.

Om bij die gletsjer te kunnen komen was er in de 1963 een lift gebouwd, want het loopt er steil naar beneden. Echter, deze lift is in de loop der jaren veel te kort geworden, want de gletsjer heeft zich een heel eind terug getrokken. De volgende foto is van onderaf genomen, nadat we een flinke klauterpartij achter de rug hadden! Rechtsboven zie je nog de bovengenoemde lift, maar verder naar de gletsjer was nog enkele uren lopen via ‘alpinische’ paden. Dat was in 1996, nu dus 23 jaar geleden. Tegenwoordig heeft men op verschillende plaatsen langs het ‘wandelpad’ op borden met jaartallen aangegeven tot hoever de gletsjer ooit kwam. Zo kan je de hele tijdlijn van het smeltingsproces volgen.

Hier is de gletsjer te zien vanuit de verte. Het was nog een hele wandeling over het ijs (en niet ongevaarlijk), voordat je uiteindelijk bij de sneeuw uit zou komen!

Deze voorbeelden demonstreren duidelijk de opwarming van moeder aarde. Een gletsjer móet natuurlijk ook smelten, anders hadden we geen rivieren. Maar al jarenlang groeien ze niet meer aan! Gezien het tempo waarin deze ijsmassa’s smelten, zal het waarschijnlijk niet eens zo erg lang meer duren, of we kunnen in de Alpen geen gletsjer meer vinden…

Hondsdagen

Even een praatje over het weer. Waarom ook niet? We zitten immers midden in de Hondsdagen, de periode van omstreeks 20 juli tot rond 20 augustus.
In deze periode, die soms ook wel eens iets eerder of later begint, komt de heldere ster Sirius van het sterrenbeeld De Grote Hond gelijk met de Zon op.
In deze tijd van het jaar is Sirius dus niet zichtbaar. Sirius is volgens de oude Grieken de hond van de jager Orion.
De tijd van de Hondsdagen is de warmste van het jaar en vormt het hoogtepunt van de zomer.
Het etmaalgemiddelde van de temperatuur is dan 17 graden en ’s middags is 19 tot 24 graden heel normaal volgens het KNMI.
Ook komen in deze periode hittegolven voor in Nederland. Nou, dat hebben we intussen gemerkt!

Voor de oude Egyptenaren vielen de Hondsdagen samen met de jaarlijks terugkerende overstroming van de Nijl.
Deze overstromingen, toen het Nassermeer nog niet bestond, waren het gevolg van seizoensregens in Ethiopië, de zuidelijke Soedan en vooral de omgeving van het Victoriameer.
In Egypte zelf valt het hele jaar door nauwelijks regen.

Een tijd van het jaar waarin rivieren buiten hun oevers treden, is het bij ons niet. Maar de warmte kan wel gemakkelijk oorzaak zijn van onweersbuien met veel regen in korte tijd en daardoor plaatselijke wateroverlast. Een vochtig warm, broeierig weertype met zo nu en dan een paar stevige buien is dus karakteristiek voor de Hondsdagen.
Voor onze voorouders, die nog niet over koelkasten beschikten, was dat ook de tijd waarin etenswaren en melk sneller waren bedorven.

In verscheidene landen had men vroeger de gewoonte om honden tijdens de Hondsdagen muilkorven om te doen uit vrees voor hondsdolheid.
Maar de Hondsdagen hebben verder niets te maken met honden. Al kan het tijdens een onweer wel hondenweer zijn, maar dat is wat anders.
Het woord honde(n)weer is afgeleid van het oud-Nederlandse woord ondeweer, dat gewoon slecht weer betekent.

Ziezo, nu weten we weer helemaal hoe het in elkaar steekt en hebben we niks meer te klagen over het weer!

(bron: Wikipedia)

Vakantiebeleving

Voordat ik verder ga met bloggen, moet ik iets meer vertellen over mijzelf.

Mijn echtgenote Roelie, waarmee ik al meer dan veertig jaren het leven deel, is sinds haar geboorte volledig blind. Ze heeft dus nooit iets kunnen zien, zoals wij, zienden, dat beleven.

Als je voor de eerste keer met deze beperking geconfronteerd wordt, komen er allerlei vragen in je op. Kan dat wel…? Hoe doe je dit of dat dan…? Of hoe doet zij dat…? Heel begrijpelijke vragen, maar daar wil ik het nu niet allemaal over hebben. Ik beperk me nu tot onze vakantiebeleving in het algemeen.

Men vraagt zich ook wel eens af, waaróm iemand die blind of slechtziend is eigenlijk met vakantie gaat en dan nog wel naar het buitenland? Daar hebben ze toch niks aan? Wordt er dan gezegd, al dan niet hardop. Je kunt net zo goed hier blijven in een voor jou bekende omgeving, zonder stress. Een vreemde omgeving is voor hen toch sowieso stressverhogend?

Er zijn ook speciale vakantiereizen voor visueel gehandicapten, waarbij een aantal ziende begeleiders mee gaan, vaak vrijwilligers. In ons geval ben ik gewoon die begeleider.

Maar ik zou ook een tegenvraag willen stellen: Wat zijn voor jou de eisen waaraan een geslaagde vakantie moet voldoen?

Daar geeft, denk ik, iedereen een ander antwoord op. Omdat dat voor ieder persoon anders ligt. De één houdt veel van wandelen, fietsen of trektochten maken. Uiteraard goed voorbereid en voorzien van de nodige uitrusting. De ander houdt van zwemmen en lekker bakken in de zon. Weer een ander gaat graag naar een museum of een andere bezienswaardigheid om wat cultuur op te snuiven. Of een combinatie van bovengenoemde activiteiten.

Maar met iemand die blind is, ga je niet zo gauw een klautertocht in de Alpen maken. Tenzij je graag in het nieuws wilt komen… Ook ga je niet naar een museum waar schilderijen of beeldhouwwerken zijn te bewonderen, omdat je die niet mag aanraken.

Maar een klokkenmuseum of een museum met oude muziekinstrumenten is best leuk, ook voor blinden. Vooral als daar demonstraties bij gegeven worden.

Of een voertuigmuseum (auto’s, motorfietsen, treinen, vliegtuigen, etc.). Mits je die mag aanraken natuurlijk. Want aanraken = zien.

En waarom gaat iemand die blind is naar het buitenland?

Wel, andere volken ‘kijken’ is je geest verrijken, toch? In andere landen worden andere talen gesproken. Het is altijd leuk om je eigen talenkennis een beetje te testen en bij te schaven door met die mensen aan de praat te gaan. Overigens schat ik de talenkennis bij blinden gemiddeld hoger dan bij zienden, maar dat terzijde.
Persoonlijk zullen Roelie en ik niet zo gauw naar landen gaan als Spanje, Turkije of Griekenland, want die talen verstaan we allebei niks van. En dan voel je je dubbel gehandicapt.

Een concert bezoeken in het buitenland, hetzij binnen of buiten in de open lucht, is ook altijd wel een leuke belevenis. Als je tenminste van muziek houdt. Maar ik ben nog weinig blinden of slechtzienden tegengekomen, die níet van muziek hielden.

Zo zijn wij eens in Montreux (Zwitserland) geweest, waar op dat moment juist een jazzfestival aan de gang was. Of naar een Heimatabend in Oostenrijk of Zwitserland, met volksdansen, koeiebellen, schuhplattern en zo. Er worden ook vaak Kurconcerten gegeven in de open lucht. Altijd leuk. Ook interessant is om een grote kathedraal te bezoeken en daar de sfeer en akoestiek te beleven. Liefst als er ook iemand op het orgel speelt. In Passau (Duitsland) bijvoorbeeld. Of een markt bezoeken waar je gewoon vrij kan rondkijken.

Een wandeling in de vrije, rustige natuur is vaak een mooie ervaring voor iemand die (bijna) niets ziet. Denk maar aan de geuren van bloemen en planten, de geluiden van vogels en andere dieren die je in de natuur waarneemt. Bezoek aan een wildpark of dierentuin is ook aan te bevelen.

Of een wandeling langs smalle paadjes door een enorme kloof met een wild stromende beek… Of een tochtje met een stoeltjeslift hoog de bergen in, tot in de ‘eeuwige’ sneeuw in de maand juli! En daarboven dan natuurlijk ook even de benen strekken. Hoeft echt niet altijd langs gladde gebaande wegen te zijn. Gewapend met goede wandelschoenen en een bergstok kan een steil grindpaadje ook wel eens een uitdaging zijn!

Tenslotte nog een voorbeeld: een tochtje in een roei- of trapbootje op een groot meer kan ook heel aangenaam zijn, vooral als het (erg) warm weer is.

Wij zijn steeds met eigen auto op vakantie gegaan met ons tweeën, en huurden een appartement of huisje ergens in Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland, België, Groot-Brittannië. We kookten maar zelden ons eigen potje, maar gingen vaak uit eten. Stuk voor stuk zijn dit voor ons allebei steeds leuke ervaringen geweest.

Natuurlijk waren er wel eens tegenvallers: appartement was niet schoon of bleek op een heel beroerde plaats te staan, omgeving viel tegen, eten in het restaurant was niet zo geslaagd, veel regen en slecht weer. Maar dat is geen nieuws en maakt iedere vakantieganger wel eens mee.

Kortom: er valt genoeg te beleven, zelfs met je ogen dicht!